Ik hoorde vooral over opvliegers, maar die had ik juist nauwelijks
In de periode dat ze kampte met gewrichtspijn en slecht slapen, verhuisde ze vaak, waardoor ze bij verschillende huisartsen terechtkwam. “Ik ben meerdere keren gegaan, maar geen van hen heeft ooit gezegd dat het iets met de overgang te maken kon hebben. Ze vroegen ook niet echt door.”
Hoewel één arts destijds wél een botscan en bloedonderzoek aanvroeg, voelde ze zich in de begeleiding niet gehoord. “Achteraf vind ik dat jammer. Als iemand toen had gezegd: ‘Dit kan erbij horen’, dan had ik me minder onzeker gevoeld, en misschien had ik er nu ook minder last van gehad.”
Binnen haar gezin en vriendinnengroep voelde ze zich gelukkig wel gesteund. “Mijn vriendinnen ken ik al sinds de zwangerschapscursus - we noemen onszelf De Tuttenclub. Toen kon ik daar al goed mee praten, en dat is nog steeds zo. Op het werk was dat anders; daar werd er een beetje lacherig over gedaan.”




