Hormoonmedicatie wordt door specialisten gezien als de meest effectieve behandeling bij overgangsklachten, maar het brengt enkele risico’s met zich mee, zoals bij bijna elke medicatie. De risico’s gelden overwegend voor vrouwen die later in de overgang met de behandeling starten, deze langdurig gebruiken (doorgaans langer dan 5 jaar) en zijn onder andere afhankelijk van het product, toedieningsvorm, dosering en medische achtergrond. Orale hormoontherapie met oestrogeen verhoogt licht de kans op trombose, beroerte en galblaasklachten. Via de huid is het tromboserisico lager; galblaasklachten kunnen nog voorkomen. Heb je een baarmoeder, dan is naast oestrogeen altijd progesteron/progestageen nodig om baarmoederkanker te voorkomen. Gecombineerde hormoontherapie geeft een zeldzame, maar toegenomen kans op borstkanker als je deze op langere termijn gebruikt. Hormoontherapie met vaginale toepassing wordt nauwelijks opgenomen en tonen geen verhoogd risico op dergelijke risico's.
Tegelijkertijd laten recente onderzoeken zien dat vrouwen die op tijd starten met hormoontherapie (vóór 60 jaar) en deze meerdere jaren gebruiken tijdens de overgang, gemiddeld langer en gezonder leven. Zo lijkt hormoontherapie de kans op hart- en vaatziekten, dementie, botontkalking en sterfte in het algemeen te verlagen. Deze positieve effecten worden vooral gezien bij vrouwen die starten rond het begin van de overgang.
Hormoontherapie wordt afgeraden bij vrouwen met (een voorgeschiedenis van) borstkanker, hormonale kanker, herseninfarct, trombose, leverziekten en abnormaal vaginaal bloedverlies.
Bijwerkingen van hormoontherapie
Als gevolg van het toenemen van de hormoonspiegels en/of het vinden van de juiste dosis hormonen kunnen in de eerste maanden van de behandeling enkele bijwerkingen optreden:
- Hoofdpijn
- Misselijkheid
- Doorbraakbloedingen
- Gespannen of gevoelige borsten