Hormonale veranderingen tijdens de overgang kunnen je vatbaarder maken voor mentale onrust, angst en nerveuze gevoelens. De fluctuerende oestrogeenspiegel beïnvloedt mogelijk de werking van de gelukshormonen serotonine en dopamine in je brein, waardoor je je angstig, somber of gespannen kunt voelen.
Daarnaast kan de afnemende progesteronspiegel invloed hebben op je emotionele stabiliteit. Progesteron heeft een kalmerende en rustgevende werking op het zenuwstelsel. Als de balans verstoort raakt, kunnen gevoelens van angst of onrust toenemen. Daardoor kun je je nerveus voelen, paniekerig voelen of ongegronde angsten hebben, zoals hypochondrie (bang zijn dat je een ziekte of aandoening hebt).
Ook kan het cortisolniveau in het lichaam toenemen door de schommelingen in de geslachtshormonen. Daardoor kun je je meer gespannen voelen, wat overgangsklachten kan verergeren, maar je ook nerveus of angstig kan maken. Ook zonder dat daar een directe oorzaak voor is.
Onderzoek wijst uit dat 10 tot 25 procent van de vrouwen in de overgang last heeft van mentale onrust en angst. Ook blijkt dat vrouwen meer spanning en angst ervaren als hun overgangsklachten heviger zijn.
Tijdens de perimenopauze komen deze gevoelens het meest voor. Na de menopauze vinden de lagere hormoonspiegels een nieuw evenwicht. Veel vrouwen geven aan zich dan emotioneel stabieler te voelen.