Oestrogeen speelt onder meer een rol bij de aanmaak van speeksel en bij gezonde, vochtige slijmvliezen in de mond. Als oestrogeen tijdens de overgang daalt, neemt de speekselproductie af. Je mond wordt dan droger. Nog een gevolg van de dalende oestrogeenspiegel is dat er minder collageen wordt aangemaakt. Daardoor kunnen de slijmvliezen dunner en gevoeliger worden. Een droge mond door te weinig speeksel heet in de geneeskunde ook wel 'xerostomie’.
Door minder speeksel verandert soms ook de beleving van smaak. Veel vrouwen ervaren een zoute, bittere of metaalachtige smaak, waardoor eten minder lekker is. Speeksel breekt voedsel namelijk af in kleine deeltjes (chemicaliën) die je smaakpapillen oppikken als verschillende smaken. Als de mond droger wordt, verandert dus de smaak.
Er is weinig onderzoek naar hoeveel vrouwen een droge mond krijgen in de overgang. In één onderzoek onder ruim 2.000 vrouwen gaf 40 procent aan veranderingen in de mond te merken. Bijna niemand wist dat hormonen hierbij een rol kunnen spelen.
Een ander klein onderzoek laat zien dat de smaak verder achteruitgaat na de menopauze. Een droge mond en een vieze smaak komen dan vaker voor. Dit komt waarschijnlijk niet alleen door de overgang, maar ook door ouder worden. Naarmate je ouder wordt, werken smaakpapillen minder goed en proef je minder intens.