Hormonen zijn boodschappers die je organen vertellen wat ze moeten doen. Ze geven via het bloed signalen aan alle delen van je lichaam, waaronder je ogen. Voor goed zicht hebben je ogen traanvocht nodig. Door te knipperen wordt het traanvocht dun en gelijkmatig verdeeld over het oog. Dit noemen we de traanfilm: het beschermt het oog en houdt het glad en vochtig.
De geslachtshormonen oestrogeen en progesteron beïnvloeden de slijmvliezen en de productie van traanvocht en andere onderdelen van de traanfilm. Tijdens de overgang schommelen en dalen deze hormonen, waardoor je ogen droog, geïrriteerd of pijnlijk kunnen worden, wazig zicht kunnen geven en scherpstellen moeilijker kan zijn.
Ook wordt gedacht dat oestrogeen een rol speelt bij de elasticiteit van het hoornvlies. Dat bepaalt hoe het licht in je ogen valt. Als oestrogeen afneemt, kan je zicht vertroebelen. Ook kun je andere veranderingen in scherpte opmerken.
Tenslotte verhoogt tijdens de overgang het risico op ontstoken oogleden (blefaritis) en oogeczeem. Oestrogeen stimuleert de collageenaanmaak. Als dat afneemt, wordt de huid rond de ogen dunner en gevoeliger. Daardoor worden je oogleden sneller rood, branderig of plakkerig, ga je overmatig tranen of ben je gevoeliger voor licht.
Tot wel 80 procent van de vrouwen in de overgang heeft last van droge ogen of andere oogklachten. Ook blijkt dat vrouwen vaker last hebben van droge ogen dan mannen. Dat is deels te wijten is aan de hormonale veranderingen. Opticiens zien dan ook vooral vrouwen rond de 40 tot 50 jaar met oogklachten. Hoe verder je in de overgang bent, hoe lager de oestrogeenspiegels en hoe groter de kans op oogproblemen. Wanneer en in welke mate je klachten ervaart, verschilt per vrouw.