Tijdens de overgang kunnen de pijnklachten van fibromyalgie intenser worden. Hoe dat komt, is nog niet duidelijk. Mogelijk spelen hormonale veranderingen een rol. Tijdens de overgang schommelt en daalt de oestrogeenspiegel. Oestrogeen speelt een rol bij de beleving van pijn; het helpt om pijnsignalen te dempen. Als de hormoonspiegel afneemt, kunnen pijnprikkels intenser binnenkomen.
Bij fibromyalgie raakt de pijnverwerking in het centrale zenuwstelsel verstoord. Dat wordt centrale sensitisatie genoemd. Schommelingen in de neurotransmitters serotonine en dopamine spelen hierbij een rol: ze beïnvloeden niet alleen je stemming, maar ook hoe je pijn ervaart.
Een lichte aanraking (bijvoorbeeld een kledingstuk dat langs je huid strijkt) kan ineens scherp of branderig aanvoelen. Ook geluiden, licht of emoties kunnen intenser zijn, waardoor je sneller overprikkeld raakt.
Fibromyalgie komt het vaakst voor bij vrouwen tussen de 40 en 60 jaar. Ongeveer 2 procent van de bevolking heeft fibromyalgie, meestal zijn dat vrouwen. Het percentage vrouwen met fibromyalgie stijgt van minder dan 1 procent in de leeftijdsgroep 18 tot 30 jaar tot bijna 8 procent bij vrouwen tussen de 55 en 64 jaar. Daarna neemt dit percentage weer af.