Nierstenen bestaan uit een ophoping van afvalstoffen uit de urine. Dit vormt zich tot harde, steenachtige klontjes die verschillen in grootte. Soms blijven ze in de nieren zonder dat je daar wat van voelt. Maar als de nierstenen in de urineleider komen, kun je hevige pijn voelen.
Oestrogeen houdt onder andere je calciumhuishouding in balans. Als de aanmaak van dit hormoon tijdens de overgang afneemt, kan dat evenwicht veranderen. Er is nog niet voldoende bewijs of dit ook leidt tot meer calciumrijke nierstenen. Je leefstijl kan wel de kans op nierstenen vergroten. Je kunt ze ook krijgen als je urine te geconcentreerd is. Dit herken je aan de donkere kleur van urine, vaak als je te weinig hebt gedronken.
Daarnaast kan het dat er te weinig beschermende stoffen in je lichaam aanwezig zijn. Bijvoorbeeld door een dieet met veel zout, eiwitten of oxalaatrijke producten. Het calcium, oxalaat en urinezuur in je lichaam kunnen zich dan ophopen in de nieren en kristallen vormen. Deze kunnen samenklonteren tot nierstenen.
In de postmenopauze lijken nierstenen iets vaker voor te komen dan voor de menopauze. Eén studie suggereert dat vrouwen in de postmenopauze tot 27 procent meer kans hebben om voor het eerst een niersteen te ontwikkelen dan vrouwen vóór de overgang. Maar de precieze oorzaak van dit verschil is nog niet vastgesteld. Bovendien laten onderzoeken wisselende resultaten zien.