Tijdens de overgang daalt de hoeveelheid oestrogeen en progesteron in je lichaam. In de perimenopauze daalt progesteron sneller dan oestrogeen, waardoor er oestrogeendominantie kan ontstaan. Dat overschot kan de productie van gal verminderen. Gal is een vloeistof die belangrijk is voor een goede spijsvertering. Minder gal kan betekenen dat de darmen zwakker worden, je spijsvertering minder goed werkt en gassen zich ophopen. Daardoor voel je je opgeblazen, heb je last van verstopping of buikpijn of krijg je steken of krampen.
Ook kunnen hormonale veranderingen de vochtbalans in het lichaam beïnvloeden. Bij een oestrogeendominantie kan je lichaam vocht vasthouden en je buik opzwellen. Je voelt je opgeblazen en hebt last van constipatie of winderigheid.
De meeste vrouwen merken in de twee jaren voor en na de laatste menstruatie een toename van buikklachten. Denk aan winderigheid, obstipatie, een opgeblazen gevoel en buikpijn. In deze periode zijn de hormoonschommelingen het sterkst. In de postmenopauze raakt het lichaam langzaam aan de nieuwe hormoonspiegels gewend. Je ziet vaak dat de klachten dan afnemen. Maar weet ook: iedereen ervaart de overgang anders. De klachten kunnen bij jou dan ook langer aanhouden of juist minder hevig zijn.