Veranderingen in je hormoonhuishouding kunnen ervoor zorgen dat je vaker moeten plassen. Vooral in de eerste fase van de overgang als de oestrogeenspiegel schommelt en daalt. Oestrogeen speelt onder andere een belangrijke rol bij de werking van de urinebuis, de blaas en de bekkenbodemspieren.
Als de oestrogeenspiegel daalt, kunnen de weefsels rond de blaas en plasbuis dunner worden. Daardoor kunnen de bekkenbodemspieren verzwakken, wat het lastiger maakt om je plas op te houden. Tegelijk kan de urinebuis droger en dunner worden of geïrriteerd raken, waardoor je het gevoel hebt te moeten plassen terwijl je blaas niet vol is.
Ook kan de blaas gevoeliger worden door het dunner wordende slijmvlies en een andere bacteriebalans. Hierdoor heb sneller het gevoel dat je moet plassen. Tenslotte kan de elasticiteit van de blaas afnemen, waardoor het moeilijker wordt urine op te houden. Al deze veranderingen zorgen ervoor dat veel vrouwen in de overgang vaker moeten plassen.