Oestrogeen heeft veel invloed op je energieniveau. Het hormoon regelt de energievoorziening op celniveau. Heeft je lichaam minder oestrogeen, dan kun je je daardoor (extreem) moe voelen. Je hebt misschien minder pit dan normaal, voelt je futloos en loom en hebt er soms gewoon even geen zin in.
Maar oestrogeen heeft ook invloed op de productie van het gelukshormoon serotonine. Daalt de hoeveelheid oestrogeen, dan daalt ook de hoeveelheid serotonine. Dit is weer nodig om het slaaphormoon melatonine aan te maken. Minder serotonine betekent minder melatonine, waardoor je 's nachts minder goed in slaap valt en overdag juist vermoeid bent (en vervolgens ‘s nachts weer wakker ligt).
Serotonine stabiliseert daarnaast je humeur, welzijn en geluksgevoelens. Als dat afneemt, kan dat betekenen dat je niet altijd even lekker in je vel zit, huilbuien hebt, onverklaarbare woede-aanvallen krijgt of je opgejaagd voelt. En al die gevoelens, emoties en stemmingswisselingen kosten vaak ook de nodige energie.