Vleesbomen komen meestal voor bij vrouwen in hun jongere, vruchtbare jaren, vaak vanaf hun 30ste levensjaar. Geschat wordt dat 70 tot 80 procent van de vrouwen één of meer vleesbomen ontwikkelt op een punt in haar vruchtbare leven.
De wetenschap is er nog niet over uit waarom en hoe een vleesboom in de baarmoeder precies ontstaat. Wat wel bekend is, is dat vleesbomen groeien onder invloed van oestrogeen en progesteron. Met name een hoge oestrogeenspiegel heeft effect op de groei van een myoom, bevestigt wetenschappelijk onderzoek.
Tijdens de overgang schommelt je hormoonhuishouding, wat de groei van vleesbomen dus kan beïnvloeden. Vooral als tijdens de perimenopauze progesteron sneller afneemt dan oestrogeen en er een oestrogeendominantie ontstaat: een overschot aan oestrogeen ten opzichte van progesteron.
In de meeste gevallen merk je niets van een vleesboom. Ze geven vaak geen klachten/symptomen en worden regelmatig ‘per toeval’ ontdekt bij een lichamelijk onderzoek door de arts.
Is de vleesboom groter, dan veroorzaken ze sneller klachten. Wat je dan kunt merken:
- Hevig bloedverlies of pijn tijdens de menstruatie
- Tussentijdse bloedingen
- Pijn bij de seks
- Veel moeten plassen (druk op de blaas)
- Bekkenpijn/pijn in de onderrug
- Darmklachten en stekende pijn in de buik
- Verminderde vruchtbaarheid