Het voelde alsof er een grijze sluier over mijn leven hing. Ik stond erbij en keek ernaar, maar voelde niets meer.
Een paar jaar geleden begon Lena te merken dat er iets veranderde. “Ik was steeds vaker moe. Niet gewoon moe na een drukke dag, maar een vermoeidheid die diep in mijn lichaam leek te zitten. Zelfs na een nacht slapen voelde ik me niet uitgerust.”
Daarnaast begon ze steeds vaker te transpireren. Niet de klassieke opvliegers waar ze bij de overgang altijd aan had gedacht, maar plotseling zweten op onverwachte momenten. “Het gebeurde in de supermarkt, of gewoon als ik rustig op de bank zat.” Ook kreeg ze last van duizelingen. “Soms voelde het alsof de wereld even kantelde en ik mijn evenwicht verloor.”
Langzaam veranderde ook haar stemming. Dingen waar ze normaal van genoot, zoals koffiedrinken met een vriendin, wandelen of schilderen in haar atelier, voelden ineens als een enorme opgave.



