Tijdens de overgang verandert de aanmaak van hormonen in het lichaam. De eierstokken produceren geleidelijk minder oestrogeen en progesteron. Die veranderingen hebben invloed op hoe je lichaam omgaat met energie en vetopslag.
Veel vrouwen merken dat vet zich makkelijker ophoopt rond de buik. Ook kan de stofwisseling vertragen en neemt de spiermassa langzaam af. Omdat spierweefsel meer energie verbruikt dan vetweefsel, heeft het lichaam in deze fase minder calorieën nodig dan voorheen. Als eet- en beweegpatronen gelijk blijven, kan dat bijdragen aan gewichtstoename.
Daarnaast spelen factoren zoals slaap, stress en vermoeidheid een grotere rol. Ze beïnvloeden het energieniveau, het hongergevoel en de behoefte aan snelle energie, waardoor het lastiger kan worden om op gewicht te blijven.