Je geslachtshormonen hebben effect op je brein en daarmee op hoe je je voelt. Zowel oestrogeen als progesteron spelen hierbij een rol.
Oestrogeen stimuleert de aanmaak van het gelukshormoon serotonine. Als de oestrogeenspiegel in de overgang schommelt en daalt, heeft dit gevolgen voor de hoeveelheid serotonine in je brein. Je kunt je somber, verdrietig of onverschillig voelen. Ook kun je last hebben van huilbuien en gevoelens van rouw.
Progesteron heeft een kalmerende werking op de hersenen. Als de progesteronspiegel daalt, kun je je onrustig of gespannen voelen. Ook als daar geen directe aanleiding voor is. Daarnaast heb je progesteron nodig bij de omzetting van het schildklierhormoon T4 naar T3. Een technisch verhaal, maar door de afname van progesteron kan de werking van de schildklier verminderen. Stemmingswisselingen, sombere gevoelens of een opgejaagd gevoel liggen dan sneller op de loer.
Verdriet en rouw kunnen zich uiten in huilbuien, een gevoel van hopeloosheid of waardeloosheid. Ook kun je interesse verliezen in de dagelijkse dingen of je onverschillig voelen. Weet dat je niet de enige bent. Uit onderzoek blijkt dat 40 procent van de vrouwen in de overgang sombere of depressieve gevoelens heeft. In de jaren naar de menopauze toe en de eerste paar jaar na de laatste menstruatie is de kans op stemmingsklachten groter. Had je voor de overgang ook last van somberheid of stemmingswisselingen? Dan is de kans groter dat je hier tijdens de overgang opnieuw mee te maken te krijgt.