Tijdens de overgang ondergaat het vrouwelijk lichaam verschillende hormonale verschuivingen, waaronder een afname van het geslachtshormoon oestrogeen. De schommeling en afname van geslachtshormonen kan voor overgangsklachten zorgen, zoals opvliegers, slaapproblemen en stemmingswisselingen.
Oestrogeen zorgt onder andere voor een gezonde vagina. Het hormoon houdt de vagina vochtig en schoon. Ook ondersteunt het de vaginale flora (een balans tussen gezonde en zogenaamde pathogene bacteriën) en houdt het de groei van ongewenste bacteriën en schimmels tegen.
In de perimenopauze daalt de hoeveelheid progesteron in je lichaam sneller dan de hoeveelheid oestrogeen. Dat leidt tot een overschot aan oestrogeen. Die oestrogeendominantie kan leiden tot meer afscheiding.
Als tijdens de overgang de oestrogeenspiegels verder dalen kan dat de gezonde vaginale flora verstoren. Lage oestrogeenspiegels leiden vaak tot een dunne, droge vaginawand en minder gezonde bacteriën en schimmels in je vagina. De balans in je vaginale microbioom raakt verstoord en de droogte zorgt voor irritaties. Hierdoor kan je afscheiding veranderen van kleur, geur, substantie en hoeveelheid.
Vergelijk het met je menstruatiecyclus. Net na je menstruatie (als het baarmoederslijmvlies wordt opgebouwd) heb je vaak minder en doorzichtige afscheiding. Rondom de ovulatie (als oestrogeen opbouwt) heb je meer afscheiding. Ook is het slijmerig, dun en glad, het lijkt op eiwit. Na je ovulatie verandert de structuur. Het heeft een crèmige, plakkerige substantie en wordt wit of lichtgeel.
Uit onderzoek blijkt dat tweederde van de vrouwen in de overgang vaginale problemen ervaart. Vaginale droogheid is de meest gehoorde klacht. Maar sommige vrouwen ervaren juist het tegenovergestelde: meer en slijmerige vaginale afscheiding. Een kwart van de vrouwen heeft last van veel of abnormale afscheiding. Na de overgang vinden de lage hormoonspiegels een nieuwe balans. Dan nemen de klachten vaak af.