Een blaasontsteking ontstaat door bacteriën die (vaak via de huid of de anus) de urinebuis binnendringen. Zo kunnen ze de binnenkant van de blaas infecteren. Omdat de urinebuis van de vrouw korter is dan die van de man, kunnen bacteriën sneller in de urinewegen terechtkomen. Daarom komt een blaasontsteking bij vrouwen vaker voor.
In de overgang ben je door de afgenomen oestrogeenspiegels extra vatbaar voor blaasontstekingen. Met name na de menopauze. Oestrogeen zorgt voor vochtige weefsels en slijmvliezen in de vagina en plasbuis. Ook houdt het de spieren sterk. Als het hormoon afneemt, worden de weefsels dunner, droger en minder zuur. Ook worden de spieren van de urinewegen zwakker. Hierdoor kunnen bacteriën makkelijker via de vagina en plasbuis de blaas binnendringen. Met een infectie als gevolg.
Daarnaast zorgt een evenwichtige oestrogeenspiegel voor een goede balans van gezonde bacteriën in de vagina en de blaas. Deze bacteriën gaan ontstekingen tegen. Hoe minder oestrogeen je lichaam produceert, hoe minder gezonde bacteriën die je beschermen tegen infecties.
De kans op een blaasontsteking wordt dus groter als je in de overgang bent. Met name als je je laatste menstruatie hebt gehad. In de perimenopauze komt een terugkerende blaasontsteking bij 36 procent van de vrouwen voor. Dit loopt op tot 55 procent in de postmenopauze. De ervaring leert dat vrouwen boven de 65 jaar hier vaker mee te maken hebben.
Bovendien kun je tijdens de overgang last hebben van andere overgangsklachten. Denk aan een droge vagina, minder zin in seks en een verouderde huid. Veel vrouwen in de overgang krijgen te maken met drie of meer klachten.