Incontinentie in de overgang is voornamelijk te wijten aan het verzwakken van de bekkenbodemspier. Dat is de spier die de blaas, darm en baarmoeder ondersteunt. Je bekkenbodemspier is verantwoordelijk voor het inhouden van urine. Het voorkomt urineverlies door zich aan te spannen, bijvoorbeeld wanneer je niest, springt of iets tilt. Tijdens het plassen ontspant de spier zich, zodat je je blaas kunt legen.
Het is normaal dat de bekkenbodemspieren verzwakken na een zwangerschap en naarmate je ouder wordt. En als je eierstokken tijdens de overgang steeds minder oestrogeen en progesteron produceren, kan de bekkenbodemspier (verder) verzwakken. Met name de afname van oestrogeen speelt hierbij een rol.
Oestrogeen is een belangrijk hormoon dat onder andere betrokken is bij de spiergroei en het herstel van je spieren. Als de oestrogeenspiegel in je lichaam daalt, heeft dit dus gevolgen voor je spieren, waaronder je bekkenbodemspier. Ook de werking van de sluitspieren en het omliggende bindweefsel en vermindert. Hierdoor kun je ongewild urine verliezen.
Een studie van Kołodyńska, Zalewski en Rożek-Piechura (2019) schat dat tot 50 procent van alle vrouwen in de overgang te maken hebben met incontinentie. Zonder gerichte training van de bekkenbodemspieren kan de kracht van de spieren in de loop van de overgang steeds verder afnemen, wat de incontinentie kan verergeren.