Realiseer je dat afvallen in de overgang niet gaat om het tellen van calorieën. Dat komt omdat er vaak meerdere disbalansen aan ten grondslag liggen. En daar wil je aan werken. Soms zelfs erger dan
overgangsklachten als opvliegers, een slechte nachtrust en een
kort lontje. Ze voelen zich niet meer zichzelf en dat doet wat met je.
Vaak spelen één of meerdere factoren een rol, zoals
insulineresistentie, laaggradige ontstekingen, chronische stress, de werking van de
schildklier, een verstoring van je ‘honger- en verzadigingshormoon’ en ongezonde eetgewoonten.
De hoeveelheid oestrogeen die de eierstokken voorheen produceerde, beschermde je hiervoor. Dat is de reden waardoor je eerder niet (zo snel) aankwam in gewicht.