Laatst stond ik met mijn autosleutel in mijn hand voor de voordeur en dacht ik serieus: misschien moet ik gewoon afzeggen.
Inhoudsopgave
Danielle (52) is accountmanager binnendienst, vrijgezel en moeder van een dochter. Vroeger reed ze zonder nadenken het hele land door voor haar werk. Drukte, onbekende routes en volle agenda’s gaven haar juist energie. Rond de overgang veranderde dat. Ineens voelde ze spanning bij dingen die vroeger vanzelf gingen.
Spanning bij iets wat vroeger vanzelf ging
Het ging niet eens om iets groots. Danielle had een afspraak aan de andere kant van de stad met een oude vriendin waar ze sinds kort weer contact mee had. Toch bleef ze bij de voordeur staan, haar autosleutel al in haar hand. Ineens twijfelde ze of ze nog wel moest gaan.
“Vroeger reed ik zonder nadenken heel Nederland door voor mijn werk. Files, druk verkeer, onbekende routes, ik draaide mijn hand er niet voor om.”
Als accountmanager buitendienst vond ze al dat autorijden juist heerlijk. De vrijheid, het onderweg zijn, het praten met nieuwe mensen: het paste bij haar. “Mensen zeiden weleens dat ze niet begrepen waarom ik dat zo leuk vond. Ik vond het geweldig.”
Juist daarom voelde deze nieuwe spanning zo vreemd. Niet alleen door de angst zelf, maar vooral omdat ze zichzelf er niet in herkende. Sinds wanneer was zoiets gewoons ingewikkeld geworden?
Wat ik het vreemdste vond, was niet eens de angst zelf, maar dat ik het totaal niet herkende van mezelf.
Van onbevangen naar voortdurend alert
Danielle kende zichzelf als iemand die altijd vrij en onbevangen door het leven ging. Als kind was ze veel buiten en speelde ze vaak met jongens uit de buurt. Ze klom overal op, sprong overal vanaf en dacht eigenlijk nooit na over gevaar.
“Mijn moeder zei vroeger vaak: jij hebt echt geen angst in je lijf. En zo voelde het ook. Ik leefde gewoon, zonder eindeloos nadenken.”
Ook later bleef dat zo. Ze maakte makkelijk contact, bewoog zich soepel door nieuwe situaties en nam snel beslissingen. Voor haar werk stapte ze zonder moeite bij onbekenden naar binnen. Ze reed in haar eentje naar afspraken, gaf presentaties, zat bij lunches en vergaderingen. Drukte hoorde bij haar leven.
“En nu kan ik soms al spanning voelen van iets simpels als een volle agenda. Of van een verjaardag.”
Danielle merkte dat ze dagen van tevoren al bezig kon zijn met vragen die vroeger nooit opkwamen. Hoe druk wordt het? Kan ik makkelijk weg? Heb ik genoeg energie om sociaal te zijn? “Terwijl ik vroeger juist degene was die als laatste naar huis ging.”
Kleine dingen konden haar ineens uit balans brengen
Ook in kleine, dagelijkse situaties merkte Danielle dat ze sneller uit balans raakte. Ze kon schrikken als iemand ineens naast haar stond in de supermarkt. Soms zag ze haar telefoon overgaan en dacht ze: nu even niet.
Ook tijdens gesprekken voelde ze zichzelf veranderen. “Ik hoorde mezelf ineens twijfelen, terwijl ik vroeger overal zonder nadenken iets van vond.”
Aan de buitenkant zag bijna niemand dat. Danielle bleef functioneren. Ze werkte, maakte afspraken, lachte en deed wat er van haar verwacht werd. Ondertussen stond ze voortdurend op scherp.
“Alsof mijn zenuwstelsel continu te strak gespannen stond. Ik was soms de hele dag bezig mezelf rustig te houden. Dat kost zóveel energie.”
Mensen zagen het vaak niet eens. Ik functioneerde gewoon, maar vanbinnen was ik steeds bezig mezelf rustig te houden.
Autorijden maakte de verandering extra zichtbaar
Autorijden bleef voor Danielle het meest zichtbare voorbeeld van die verandering. Juist omdat rijden vroeger zo sterk verbonden was met vrijheid.
“Nu kon ik ineens schrikken van druk verkeer of overdreven alert zijn op alles om me heen. Alsof mijn hoofd constant bezig was met voorkomen dat er iets misging.”
Toch voelde ze dezelfde onrust soms ook thuis op de bank. Dat vond ze misschien nog frustrerender. Er was dan geen druk verkeer, geen volle agenda en geen duidelijke aanleiding. Toch kon ze lichamelijk reageren alsof er gevaar was.
“Mijn hoofd wist best dat alles oké was, maar mijn lijf deed daar niet altijd in mee.”
In het begin werd Danielle boos op zichzelf. Ze dacht: doe normaal, waar slaat dit op? Ze probeerde zichzelf eroverheen te zetten zoals ze dat vroeger ook deed. Gewoon doorgaan. Niet zeuren.
Hoe harder ze tegen de spanning vocht, hoe sterker die leek te worden.
Haar wereld werd kleiner
Na een tijd begon Danielle situaties te vermijden. Minder drukke plekken. Minder afspraken. Minder autorijden. Dat gaf tijdelijk rust. Tegelijkertijd merkte ze dat haar wereld kleiner werd.
“Daar schrok ik van. Ik weet nog dat ik een keer een verjaardag had afgezegd en daarna dacht: sinds wanneer doe ik dit eigenlijk?”
Het paste niet bij hoe ze zichzelf kende. Danielle was altijd iemand geweest die eropuit ging, mensen opzocht en makkelijk schakelde. Nu kon ze al gespannen raken voordat er iets gebeurde.
Langzaam begon ze te begrijpen dat klachten rond de overgang breder kunnen zijn dan ze altijd had gedacht. “Ik had echt zo’n clichébeeld van opvliegers en een beetje slecht slapen. Niet van dit.”
Toen vielen er meer puzzelstukjes op hun plek: het slechte slapen, de onrust, het gevoel continu aan te staan, sneller emotioneel reageren en die golfjes van angst zonder duidelijke aanleiding.
Hulp zoeken omdat ze bleef ronddraaien
Danielle zocht uiteindelijk hulp omdat ze voelde dat ze vastzat in een patroon van spanning, streng zijn voor zichzelf en toch steeds meer vermijden. Alleen al het gesprek gaf opluchting.
“Iemand zei tegen me dat ik niet gek aan het worden was. Dat maakte al verschil.”
Op advies van haar huisarts ging Danielle naar een coach. Daar leerde ze anders met de angst omgaan, zonder alles in één keer te hoeven forceren. Het ging om kleine stappen: weer rijden, toch naar een afspraak gaan, niet meteen wegvluchten zodra ze spanning voelde.
Soms lukte dat goed, soms helemaal niet. Minstens zo belangrijk was dat Danielle zichzelf minder begon af te straffen.
“Accepteren dat ik niet meer alles op dezelfde manier doe als vroeger, vond ik misschien nog wel het moeilijkste.”
Naast de begeleiding besprak Danielle haar klachten ook medisch. In haar geval werd hormoontherapie voorgeschreven. “Ik merk dat het de scherpe randjes eraf haalt. Dat is heel fijn.”
Het vertrouwen komt langzaam terug. Niet de oude vanzelfsprekendheid, maar wel het gevoel dat spanning niet betekent dat ik mezelf kwijt ben.
Angst in de overgang serieus nemen
Voor Danielle hielp het om te begrijpen dat haar angst niet zomaar “tussen haar oren” zat. Tegelijk blijft het belangrijk om klachten niet automatisch alleen aan de overgang toe te schrijven.
“De overgang kan veel invloed hebben op hoe je je voelt. Toch hoef je angst, onrust of spanning niet te accepteren als iets wat er nu eenmaal bij hoort.”
Wat ze andere vrouwen wil meegeven, is dat je hulp mag zoeken als angst, onrust of spanning je leven kleiner maakt. Zeker als je jezelf niet meer herkent, dingen gaat vermijden of veel energie kwijt bent aan normaal blijven functioneren.
“Blijf er niet alleen mee rondlopen. Misschien heeft het met de overgang te maken, misschien spelen er ook andere dingen mee. Je hoeft niet te wachten tot je wereld steeds kleiner wordt.”
Voor Danielle is het niet zo dat alles ineens weg is. Ze voelt nog steeds spanning en sommige dagen blijven lastig, maar er is weer vertrouwen. Niet met de vanzelfsprekendheid van vroeger, maar wel met het gevoel dat spanning niet meteen betekent dat ze zichzelf kwijt is.
Misschien herken je sommige klachten uit dit verhaal. Vraag je je af of jouw klachten met de overgang te maken kunnen hebben? De menopauzetest kan helpen om daar meer inzicht in te krijgen.



