Fyto-oestrogenen zijn geen wondermiddel, maar ook zeker geen hype.
Inhoudsopgave
Fyto-oestrogenen worden vaak genoemd als natuurlijk middel tegen overgangsklachten, zoals opvliegers. Maar wat laat onderzoek zien over hun werking? Wat doen deze plantaardige stoffen in je lichaam en waarom lijkt de ene vrouw er meer baat bij te hebben dan de andere? Hormoontherapeut Suzanne Rouhard legt het uit.
Wat zijn fyto-oestrogenen?
Fyto-oestrogenen zijn plantaardige stoffen die qua structuur lijken op het hormoon oestrogeen. De twee bekendste groepen zijn isoflavonen, die vooral in soja zitten, en lignanen, die je onder meer vindt in lijnzaad, volkoren granen en peulvruchten.
Hoewel ze op oestrogeen lijken, werken fyto-oestrogenen niet hetzelfde als het hormoon dat je lichaam zelf aanmaakt. Hun werking is veel zwakker en hangt onder meer af van het soort fyto-oestrogeen en de manier waarop je lichaam het verwerkt.
Hoe werken fyto-oestrogenen in je lichaam?
Oestrogeen oefent zijn werking uit via oestrogeenreceptoren op verschillende plekken in het lichaam. Ook fyto-oestrogenen kunnen zich aan deze receptoren binden. Dat doen ze alleen minder sterk en niet allemaal op dezelfde manier.
Afhankelijk van de omstandigheden kunnen fyto-oestrogenen de werking van oestrogeen licht nabootsen of juist afzwakken. Hoe sterk dat effect is, verschilt per stof en per plek in het lichaam. Dat maakt hun werking ingewikkelder dan die van een gewone oestrogeenvervanging.
Waar zitten fyto-oestrogenen in?
Je krijgt fyto-oestrogenen binnen via voeding, bijvoorbeeld door tofu, sojamelk, lijnzaad, peulvruchten en volkoren granen te eten. Ook hop en rode klaver bevatten fyto-oestrogene stoffen.
Daarnaast bestaan er supplementen met bijvoorbeeld soja-isoflavonen of rodeklaverextract. Hoe goed die werken, kan per vrouw verschillen. Dat heeft mogelijk te maken met de darmflora. Bij sommige vrouwen zetten darmbacteriën daidzeïne, een isoflavon uit soja, om in equol. Equol kan sterker aan bepaalde oestrogeenreceptoren binden dan daidzeïne. Niet iedereen kan equol aanmaken. Mogelijk verklaart dit waarom de ene vrouw meer effect merkt van soja-isoflavonen dan de andere.
Wat zegt onderzoek over fyto-oestrogenen bij overgangsklachten?
Juist omdat fyto-oestrogenen op oestrogeenreceptoren kunnen inwerken, is onderzocht of ze klachten zoals opvliegers en nachtelijk zweten kunnen verminderen. Verschillende studies laten interessante resultaten zien, al zijn de uitkomsten niet altijd gelijk.
In een onderzoek onder 60 vrouwen kregen de deelnemers twaalf weken lang dagelijks 60 mg soja-isoflavonen of een placebo. Van de 60 vrouwen maakten er 51 het onderzoek af. Bij vrouwen die isoflavonen gebruikten, daalden de opvliegers met 57% en het nachtelijk zweten met 43%. Dat is een duidelijke verbetering binnen deze groep, al is dit een relatief kleine studie.
Een tweede onderzoek, onder 96 vrouwen, helpt te verklaren waarom het effect niet voor iedereen hetzelfde is. De onderzoekers keken naar het vermogen om equol aan te maken uit soja-isoflavonen. Bij de vrouwen die dat konden, verminderden opvliegers en overmatig zweten na drie maanden ten opzichte van placebo. Na zes maanden verbeterden in deze groep ook andere klachten, waaronder hartkloppingen en tintelingen in armen en benen. Bij vrouwen die geen equol konden aanmaken, werd datzelfde effect niet gevonden.
Ook een groter onderzoek liet positieve resultaten zien. Van de 192 deelnemende vrouwen konden de onderzoekers bij 136 vrouwen het aantal opvliegers beoordelen. Na twaalf weken was het aantal opvliegers bij gebruik van soja-kiemextract met 43,3% afgenomen, tegenover 30,8% in de placebogroep. Ook hier lijkt soja dus iets te kunnen betekenen, al is het verschil met placebo kleiner dan de percentages op het eerste gezicht doen vermoeden.
De resultaten van deze onderzoeken zijn veelbelovend, maar wanneer onderzoekers meerdere studies samen beoordelen, ontstaat een genuanceerder beeld. Een analyse uit 2025 vond geen duidelijk effect van soja-isoflavonen op opvliegers. Een onderzoeksoverzicht uit 2026 liet zien dat voeding met soja mogelijk wél helpt om opvliegers te verminderen. De bewijskracht was echter laag.
Er zijn dus aanwijzingen dat soja voor sommige vrouwen verlichting kan geven, maar het effect is nog onvoldoende aangetoond. Meer onderzoek is nodig om te bepalen wie er baat bij heeft en onder welke omstandigheden.
Zijn fyto-oestrogenen veilig?
Er is een verschil tussen fyto-oestrogenen die je via gewone voeding binnenkrijgt en supplementen met een geconcentreerde dosis. Sojaproducten passen over het algemeen in een gezond voedingspatroon, ook voor vrouwen die borstkanker hebben gehad. Voor supplementen is meer voorzichtigheid nodig. Ze bevatten vaak een veel geconcentreerdere hoeveelheid isoflavonen dan gewone voeding, terwijl er minder bekend is over de veiligheid van langdurig gebruik en gebruik bij hormoongevoelige aandoeningen.
Heb je borstkanker of een andere hormoongevoelige aandoening (gehad), of gebruik je medicijnen? Bespreek het gebruik van fyto-oestrogeensupplementen dan eerst met je behandelend arts of apotheker.
Zijn fyto-oestrogenen het proberen waard?
Fyto-oestrogenen zijn wat mij betreft geen wondermiddel, maar ook niet zomaar een hype. Sommige vrouwen merken minder opvliegers of nachtelijk zweten, terwijl anderen weinig verschil ervaren. Onderzoek laat nog geen eenduidig beeld zien.
Waarom de ene vrouw meer effect merkt dan de andere, weten we nog niet precies. De darmflora lijkt daarbij een rol te spelen, maar er zijn waarschijnlijk meer factoren van invloed.
Mijn advies is om eerst te bekijken of een supplement in jouw situatie verstandig is. Kies je ervoor het te proberen, beoordeel dan na ongeveer acht tot twaalf weken of je daadwerkelijk verschil merkt. Zo geef je het voldoende tijd, zonder ervan uit te gaan dat het bij iedereen werkt.
Persoonlijk advies bij overgangsklachten
Twijfel je of supplementen iets voor jou kunnen betekenen? Of heb je last van overgangsklachten en wil je weten welke behandelingen mogelijk zijn? Via de intake van SeeMe-nopause geef je informatie over je klachten en persoonlijke situatie. Op basis daarvan kan een arts een persoonlijk behandelplan opstellen met passende behandelopties.





