Wat begon met een paar vervelende opvliegers, groeide uit tot iets wat mijn werk, mijn relatie en hoe ik naar mezelf keek volledig beïnvloedde.
Inhoudsopgave
Carla (53) is teamleider, 28 jaar getrouwd met Peter en moeder van twee dochters. Ze was altijd degene die alles regelde: haar fulltime baan, het huishouden, sporten en voor anderen klaarstaan. Tot de overgang steeds meer invloed kreeg op haar dagelijks leven.
Vijftien tot twintig opvliegers per dag
Carla was ongeveer 51 toen ze de eerste veranderingen merkte. Eerst had ze af en toe een opvlieger. Tijdens een vergadering kreeg ze ineens een rood hoofd en voelde ze het warm worden. Al snel waren het er vijftien tot twintig per dag.
Vooral de nachten waren zwaar. “Ik werd om drie of vier uur wakker en was drijfnat. Mijn kussen, het laken, mijn nachthemd: alles was doorweekt. Dan ging ik douchen en lag ik daarna uren wakker. Soms sliep ik maar vier uur per nacht.” Overdag probeerde ze gewoon door te gaan. “Ik sleepte mezelf als een zombie door de dag.”
Weten of je in de overgang bent?
“Ik heb op de wc staan huilen”
Ook op haar werk werd het steeds moeilijker. Tijdens een belangrijke presentatie kreeg Carla een hevige opvlieger. “Ik moest halverwege stoppen. Ik ben naar de wc gegaan, heb mijn hoofd onder de koude kraan gehouden en daar staan huilen.”
Daarna begon ze afspraken af te zeggen. Ze kon zich moeilijk concentreren en soms niet op woorden komen. “Ik was bang dat collega’s zouden denken dat ik mijn werk niet meer aankon. Ik schaamde me kapot. Terwijl ik achteraf vooral denk: vrouwen praten hier veel te weinig over.”
Thuis merkte haar gezin eveneens hoeveel last ze had. Carla waste het beddengoed bijna iedere dag vanwege het nachtzweten. Toen een van haar dochters een keer klaagde over de ‘stank’ in de slaapkamer, kwam dat hard aan.
Ook de intimiteit met Peter verdween bijna helemaal. “Ik voelde me warm, plakkerig en onzeker. Ik vermeed aanraking, terwijl ik die juist miste.” Peter probeerde voorzichtig het gesprek aan te gaan. “Op een avond vroeg hij of ik misschien iets aan mijn hormonen moest laten doen. Dat was precies het verkeerde moment. Hij kreeg meteen de wind van voren.”
Hormoontherapie hielp, maar Carla kreeg ook nieuwe klachten
Na de presentatie begon Carla te beseffen dat ze haar klachten niet langer kon wegduwen. Toen ze opnieuw een nacht nauwelijks had geslapen, besloot ze een afspraak te maken met haar huisarts. Ze besprak haar klachten met haar huisarts en begon met hormoontherapie. “In het begin leek het een wonder. De opvliegers en het nachtzweten namen enorm af. Ik dacht: eindelijk rust.”
Na een paar weken kreeg ze echter andere klachten. Haar buik voelde opgeblazen en haar borsten werden erg gevoelig en pijnlijk. “Dat was frustrerend. Eindelijk waren die opvliegers minder en vervolgens kreeg ik hier weer last van.”
Carla nam opnieuw contact op met haar huisarts. Haar behandeling en dosering werden opnieuw bekeken en aangepast. “Dat maakte voor mij echt het verschil. De opgeblazenheid en pijnlijke borsten verdwenen geleidelijk, terwijl de opvliegers goed onder controle bleven.”
Niet meer altijd doorgaan
Carla besloot daarnaast meer aandacht te besteden aan haar leefstijl. Ze liet onder andere haar vitamine D controleren, keek kritischer naar haar voeding en ging dagelijks wandelen. Ook probeerde ze meer rustmomenten in te bouwen. “Ik was altijd iemand die maar doorging. Ik moest leren dat ik niet alles hoef te doen.”
Ze ging vaker de natuur in, deed ontspanningsoefeningen voor het slapen en probeerde tijdens een opvlieger rustig te ademen. Ook leerde ze vaker nee te zeggen, thuis én op haar werk.
Met Peter voerde ze veel gesprekken. “Hij begrijpt nu beter wat er met mij gebeurde. En ik zie ook dat het voor hem niet altijd makkelijk was.”
“Ik herken mezelf weer”
Ongeveer twee maanden na de aanpassing van haar hormoontherapie sliep Carla weer zes tot zeven uur per nacht. Haar energie kwam terug en na een half jaar voelde ze zich naar eigen zeggen weer zichzelf.
“De opvliegers zijn er soms nog, vooral als ik veel stress heb. Maar ze bepalen mijn dag niet meer.” Ze praat inmiddels ook open over de overgang met haar dochters. “Ik wil dat zij later beter voorbereid zijn dan ik. De overgang is geen ziekte, maar ik heb wel geleerd dat je klachten serieus mag nemen en hulp mag zoeken.”
Wat ze andere vrouwen vooral wil meegeven?
“Blijf niet alleen aanmodderen. Praat erover en zoek begeleiding die bij je past. En als een behandeling niet meteen goed voelt, bespreek dat opnieuw. Voor mij was juist die aanpassing cruciaal.”
Herken je jezelf in Carla’s verhaal?
Opvliegers, nachtzweten en slaapproblemen kunnen veel invloed hebben op hoe je je voelt en functioneert. Welke behandeling bij je past, verschilt per persoon.
Bij SeeMe-nopause vind je informatie over overgangsklachten en mogelijke behandelingen. Wil je jouw klachten en mogelijkheden persoonlijk bespreken? Dan kun je een online intake starten.
Persoonlijke menopauzezorg, begeleid door artsen
Vul een online medische vragenlijst in en ontvang een persoonlijk behandelplan van een arts, afgestemd op jouw situatie, voorkeur en gezondheid.
Carla’s verhaal beschrijft haar persoonlijke ervaring. Een behandeling die voor haar werkt, hoeft niet voor iedereen passend te zijn. Pas voorgeschreven medicatie niet zelf aan, maar bespreek klachten en bijwerkingen met je behandelaar.




